
Wet op de kamers van koophandel en fabrieken 1997
Artikel 41
1
De in de artikelen 36 en 37 bedoelde bijdragen zijn verschuldigd door degene aan wie de onderneming toebehoort onderscheidenlijk door de rechtspersoon. Behoort de onderneming aan meer dan één persoon toe, dan zijn allen hoofdelijk verbonden.
2
Ingeval een bijdrage voor het geheel of voor een deel niet tijdig is voldaan, maant de kamer de nalatige schriftelijk aan om alsnog binnen veertien dagen na de ontvangst van de brief het daarin vermelde bedrag aan de kamer te doen toekomen. Volgt op deze aanmaning de betaling binnen de gestelde termijn niet, dan vaardigt de kamer een dwangbevel uit. Het dwangbevel levert een executoriale titel op, die met toepassing van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan worden tenuitvoergelegd. De aanmaning en incasso van het dwangbevel geschieden op kosten van de schuldenaar.
3
Binnen dertig dagen na de betekening staat verzet tegen het dwangbevel open door dagvaarding van de betrokken kamer voor de kantonrechter van de rechtbank van het arrondissement waarin de kamer haar zetel heeft. Het verzet schorst het ten uitvoer leggen van het dwangbevel.
4
Het verzet kan niet worden gegrond op de bewering dat de bijdrage ten onrechte is opgelegd of onjuist is bepaald.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.